Checklist reserves voor raadsleden, Tip 7 t/m 9
13/10/2011 In september deelde Carlo van Dijk, adviseur en deskundige op het gebied van gemeentefinanciën, de eerste zes tips met u voor de programmabegroting die eraan zit te komen. Hij adviseerde u om dit keer ook expliciet naar de reservepositie van uw gemeente te kijken. Tijd voor deel 3 van de checklist: tip 7 tot en met 9. Tot slot krijgt u een bonustip op de koop toe!
3 x 3 tips, Deel III
1. Weet u nog waarvoor u spaart?
Hoeveel bestemmingsreserves heeft uw gemeente? Weet u nog waarom u de bestemming in het leven hebt geroepen? Wilt u nog steeds dat nieuwe zwembad aanleggen en die parkeergarage bouwen? Of vindt u ondertussen andere zaken belangrijker? Zoek achterin de begroting het overzicht met bestemmingsreserves op, of vraag er naar bij de griffier. Zijn de doelen van de bestemmingsreserves specifiek en nog steeds actueel? Oftewel; is er een concreet plan waaraan en wanneer de gelden besteed gaan worden? Door hier goed op te letten, voorkomt u dat middelen ‘weg staan te roesten', of het spreekwoordelijke ‘potje' worden waaruit de portefeuillehouder als het hem uitkomt een greep kan doen.
2. Hanteert uw gemeente de ‘gulden regel'?
Reserves zijn zogenaamd 'incidenteel geld', want als het is uitgegeven, is het op. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de OZB-belasting die jaarlijks voor inkomsten zorgt. De gulden financieringsregel luidt dat gemeenten ten minste structurele lasten met structurele baten financieren. De wijze van dekking van incidentele lasten, staat de gemeente vrij (structureel of incidenteel). Uit de toelichting op de reserves kunt u opmaken of deze regel in uw gemeente wordt toegepast. Het is dus prima om de realisatie van het zwembad uit een bestemmingsreserve te betalen. Het is echter niet aan te bevelen om de jaarlijkse afschrijving op de parkeergarage of jaarlijkse rentelasten op een lening ter financiering van een sporthal aan uw reserves te onttrekken: op termijn ontstaat dan een dekkingsprobleem!
3. Hoe vult uw gemeente tekorten weer aan?
Als uw gemeente van plan is om reserves in te zetten, of dat al gedaan heeft, hoe bereiken deze in de komende jaren dan weer het gewenste niveau (zie 'Hoe hoog moet de reserve zijn?'). Toont de meerjarenbegroting een positief resultaat, waarmee de reserves weer aangevuld kunnen worden? Is het uitgangspunt dat er rente aan reserves wordt toegevoegd? Het antwoord op deze vragen kunt u vinden in de toelichting op de reserves in de programmabegroting en/of jaarrekening, of anders in uw nota Reserves en voorzieningen.
Bonustip! Hoe vaak zet u uw reserves in?
Het is belangrijk om te beseffen dat reserves incidenteel geld zijn, dat u slechts eenmaal kunt uitgeven. Dit houdt ook in dat reserves idealiter slechts eenmaal als (mogelijk) dekkingsmiddel in uw begroting zijn opgenomen. Voorkom bijvoorbeeld dat het college op de ene plek in de begroting voorstelt om reserves in te zetten voor het opvangen van tekorten binnen de programma's, maar de reserve tegelijkertijd heeft opgenomen als onderdeel van de weerstandscapaciteit om algemene risico's af te dekken. In de paragraaf Weerstandsvermogen moeten in principe alle risico's opgenomen zijn. Het moet geen zoekplaatje zijn in de begroting. Door hier goed op te letten, borgt u dat een reëel beeld bestaat van de robuustheid van uw begroting.
Wat zijn reserves?
Reserves zijn de ‘spaarpotten' van de gemeente: deze kunnen een spaarfunctie hebben maar ook een risico afdekken of uitgaven of tarieven egaliseren. Wanneer een raad aan een reserve een specifiek doel heeft toegekend spreken we van een bestemmingsreserve. Omdat de raad vrij over reserves kan beschikken en de bestemming van reserves altijd kan wijzigen, behoren reserves tot het eigen vermogen.
Carlo van Dijk kan uw fractie of uw raad helpen bij de voorbereiding op de begrotingsbehandeling in november. Bel of mail hem voor meer informatie: 06 - 26512770 of carlo@necker.nl.