Subsidiebeleid doeltreffend? (met video)
22/6/2010 Jaarlijks verstrekken Nederlandse gemeenten vele miljoenen aan subsidies voor culturele instellingen, sportactiviteiten, jongerenwerk en vele andere activiteiten. Deze subsidie moet bijdragen aan het realiseren van beleidsdoelstellingen welke leiden tot een gewenst maatschappelijk effect zoals het terugdringen van overgewicht of het verhogen van sociale cohesie in een wijk. De vraag is in hoeverre zulke subsidie doeltreffend is en daadwerkelijk bijdraagt aan het realiseren van de gewenste maatschappelijke effecten. RTL Nieuws berichte hier over in de uitzending van 19 juni, u kunt de video hieronder bekijken.
Politiek-bestuurlijk onderzoeks- en adviesbureau Jacques Necker heeft veel ervaring op het gebied van onderzoek naar de doeltreffendheid van subsidiebeleid. Jacques Necker heeft de conclusies van 40 onderzoeken naar subsidiebeleid geanalyseerd. Dit betreffen onderzoeken in de periode van 2003 tot 2010.
Uit de analyse blijkt dat 95% van de onderzochte gemeenten onvoldoende aantoonbaar kan maken dat hun subsidiebeleid doeltreffend is. Hiervoor zijn verschillende oorzaken welke in vijf thema's geclusterd kunnen worden:
1. de doelen van het gemeentelijke beleid zijn niet expliciet, specifiek en meetbaar
2. er is geen koppeling tussen gemeentelijk beleid en subsidieafspraken
3. de afspraken met gesubsidieerde instellingen zijn niet specifiek en meetbaar
4. gesubsidieerde instellingen verantwoorden zich niet over de realisatie van de doelen
5. de gemeente gebruikt de verantwoording van de instellingen niet om bij te sturen
Onderstaande grafiek geeft weer hoe vaak de knelpunten voorkomen in de 40 onderzoeken.
In 65 tot 75% van de onderzochte onderzoeken naar subsidiebeleid zijn de beleidsdoelen niet expliciet, specifiek en meetbaar, bestaat onvoldoende koppeling tussen beleid en prestatieafspraken en zijn de afspraken met gesubsidieerde instellingen niet meetbaar (knelpunten 1 t/m 3). Dit betekent dat instellingen aan al hun prestatie-eisen kunnen voldoen, maar dat niet meetbaar is of deze bijdragen aan de beoogde maatschappelijke effecten. Het grootste knelpunt (5.) is gelegen in het feit dat bijna 90% van de onderzochte gemeenten de verantwoording die wordt aangeleverd door de gesubsidieerde instellingen niet gebruikt om haar beleid bij te sturen. Dit terwijl in de meerderheid van de gemeenten (60%) wel voldoende verantwoording wordt aangeleverd door de gesubsidieerde instellingen en organisaties.
Conclusie
De kennis die het veld aanlevert wordt gearchiveerd maar niet geëvalueerd. De kans bestaat dat prestatieafspraken worden afgevinkt maar dat het beoogde maatschappelijke effect uit het oog verdwijnt. Hierdoor en doordat resultaten niet meetbaar zijn hebben gemeenten onvoldoende zicht op de relatie tussen subsidieverstrekking enerzijds en het verwezenlijken van de beoogde doelen anderzijds. Het mogelijke effect van de subsidie is niet zichtbaar.
Aanbevelingen
Aanbevelingen zijn gelegen in het monitoren van de koppeling tussen prestatiedoelen enerzijds en de beoogde maatschappelijke effecten anderzijds. Door tussentijdse monitoring kan -indien nodig- beleid bijgestuurd worden. Om de consistentie tussen prestatiedoelen en het maatschappelijke doel te bepalen is samenwerking met het veld noodzakelijk. Gebruik daarom te allen tijden de verantwoording die door het veld wordt aangeleverd voor het evalueren en indien nodig bijsturen van beleid.