Raadswerk is een ondankbare taak
- 11 februari 2010 door Maurits Hoenders
In het vorige bericht kwam uit een enquête van Trouw naar voren dat raadsleden kanttekeningen stelden bij de representativiteit van de burgers die van diverse inspraakmogelijkheden gebruik maken. Uit dezelfde enquête blijkt dat raadsleden zich ook zorgen maken over hun eigen gemeenteraden. Die vormen nou niet bepaald een afspiegeling van onze samenleving. De meeste raadsleden werken vooral in het onderwijs of bij de overheid. Bovendien zijn mannen en ouderen oververtegenwoordigd. ‘Dat is jammer, want het geeft een te eenzijdige kijk op politieke vraagstukken', zegt Dorith van Ewijk van de GroenLinks-fractie in Goes. VVD'er Alexander Kuipers uit Lansingerland mist ‘jongeren, vrouwen, mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven en daar leren hoe ze goede besluiten moeten nemen.'
Er een aantal redenen die deze scheve verhouding kunnen verklaren: Raadswerk kost veel tijd, gemiddeld ongeveer 18 uur in de week. Daar staat bovendien een magere vergoeding tegenover. Verder krijgen raadsleden weinig waardering. Dit komt deels voort uit de opstelling van de burger. Volgens Jeroen Piksen van het CDA in Hellendoorn ‘stemmen burgers steeds vaker als consument. Partijen die het algemeen belang laten prevaleren, krijgen vaak te maken met lastercampagnes van individuen die zich benadeeld voelen. Daardoor willen steeds minder mensen raadslid worden.' Ten slotte is het raadswerk domweg lastig te combineren met een reguliere baan, aangezien veel werkgevers je niet zomaar een dag vrij geven. In dat kader riep minister Guusje ter Horst afgelopen maandag in Trouw bedrijven op politieke carrières van hun medewerkers te faciliteren.
In januari constateerde hoogleraar bestuurskunde Marcel Boogers in gesprek met de NOS ook al dat mensen een negatief beeld van het raadswerk hebben. Volgens hem hangt dat samen met het slechte imago van de politiek. ‘Als je op een feestje meldt dat je gemeenteraadslid bent, maak je geen indruk. Je bent dan toch een beetje de sukkel van het gezelschap.' De gemiddelde burger heeft eigenlijk geen idee dat een raadslid over veel meer gaat dan de hondenpoep op straat. Columnist Willem Breedveld concludeert gisteren in Trouw dat de marginalisering van het raadslid wordt versterkt door de neiging van landelijke politici de gemeenteraadsverkiezingen als graadmeter voor de nationale politieke verhoudingen te zien. Voeg daar een indrukwekkende bureaucratie aan toe en Breedveld komt tot de conclusie dat ‘zowel vanuit het perspectief van media en politiek, als dat van de bureaucratie en zelfs dat van de burger het er niet toe doet of het raadslid het goed doet of niet.'
Je moet welhaast gek zijn vrijwillig je verkiesbaar te stellen voor de gemeenteraad. Voor veel raadsleden kiezen tegen wil en dank heel bewust voor de functie van volksvertegenwoordiger vanuit bevlogenheid. Andries van den Berg van de SP in Voorburg-Leidschendam ‘wil maatschappelijk betrokken zijn en iets voor anderen betekenen.' Kandidaat-raadslid voor D66, Commerijn Plomp vertelt dat ze ‘in de komende tijd niet aan de zijlijn wil staan. Door de crisis, door bezuinigingen, komt er van alles op ons af. Daarover wil ik meebeslissen.' De bij tijd en wijle verguisde raadsleden verdienen daarom respect voor hun inzet voor de publieke zaak. Als ze dan ook nog moeite nemen om na 3 maart aan de burger duidelijk te maken waar de lokale politiek om gaat, zal de interesse en waardering voor het raadswerk ongetwijfeld toenemen!
Maurits Hoenders is historicus en adviseur bij Jacques Necker (Necker van Naem sinds 1 juli 2010). Zijn expertise ligt op het terrein van de gemeenteraad en griffie. Hij werkt momenteel a.i. op de griffie van de gemeente Zoetermeer, heeft geparticipeerd in het Doe Mee onderzoek naar de gemeentelijke afhandeling meldingen over de openbare ruimte en neemt binnenkort deel aan een raadsonderzoek naar de aansturing en relatie met een welzijnsorganisatie in Venlo.